Reisverslag: avonturieren in de Tadrart woestijn, Algerije

 

Een vreemde eend in de bijt is deze blogpost tussen alle zakelijke blogs, maar voor mezelf wilde ik mijn Algerije avontuur 'op papier' zetten. En eigenlijk vond ik het zonde om niet te delen. Dus waarom niet hier?
Een reisverslag van een onvergetelijke trip waarvoor ik m'n comfortzone even goed moest stretchen. Here goes:

 Algerije reisverslag blog

Wat een fantastisch uitzicht. Twee dagen lang een pickup 4x4 voor me met op de stapel bagage een levende geit met touwen vastgebonden. Ik zal je bewijsmateriaal besparen. “Aziz, als je wilt dat ik volgende keer mensen meeneem, dan kan dit dus niet hè.” Hij kijkt me verontschuldigend aan en zegt dat hij hier totaal niet achter staat. Net als gelukkig het gros van de groep. 

We zijn in het zuiden van Algerije. Ik en een groep van 22 Algerijnse mannen. Thuis hadden ze er zo hun bedenkingen over toen ik ze vertelde wat ik van plan was. Toen was het nog een groepje van 12 ‘enge' mannen. Maar eenmaal in de woestijn blijkt de groep ineens verdubbeld. Oh well, ik ben met m’n buddies van Skycam Algeria waarmee ik vorig jaar heel fijn had samengewerkt en zij zullen goed voor me zorgen. Dat vertelde ik het thuisfront dus ook. Als ik ze niet 100% zou vertrouwen, zou ik het niet doen. Dat er voor zowat het hele land een negatief reisadvies is, met name het zuiden, dat ik de enige vrouw ben in het gezelschap en ook nog de enige buitenlander in de groep vergeten we voor het gemak maar even.

Laat ik bij het begin beginnen

Zondagochtend 7 januari pak ik vlucht 1 van Amsterdam naar Parijs. Heel wat uurtjes later klapt het vliegtuig van Air Algerie met een bonk op de landingsbaan van Tamanrasset. Dat was vlucht nummer 3. Vet te laat vertrokken uit Algiers, maar dat schijnt normaal te zijn. In het holst van de nacht moet ik in Tamanrasset het vliegtuig uit om in het minuscule terminaltje aldaar een boardingpas voor m’n laatste vlucht te halen. Ik ben samen met een Japanse regisseur de enige buitenlander aan boord, dus het Algerijnse personeel staat ons al met de boardingpassen in hun hand op te wachten. 

Ik whatsapp nog snel even naar Aziz & Co die ondertussen al op het vliegveld van Djanet staat om me op te pikken. Zo’n fancy Schiphol app waarin de vertraging te zien is, kennen ze daar niet. Nadat ik het berichtje verstuur krijg ik van T-Mobile een melding dat ik het max aantal MB’s heb verbruikt in het buitenland met m’n Travel & Surf pas. 60 euro voor 3 whatsappjes en een berichtje via FB Messenger. Hatzee...

Na vlucht nummer 4 kom ik ipv 01.15u ’s nachts uiteindelijk om 03.15u totaal gaar aan in Djanet,  helemaal in het zuidoosten van het land. Daar staan ‘mijn’ mannen me op te wachten. Met kleine oogjes, want zij hebben er een 3-daagse autorit dwars door het land opzitten. Hoe leuk is het om ze weer te zien na bijna een jaar! Ik word door m’n ‘brothers' verwelkomt als hun verloren ‘sister'. Even bagage oppikken en snel richting een bed. Langzaam stroomt de aankomstruimte leeg en blijven wij nog met z’n vieren over. Geen backpack. Als je bagage zoekt raakt op reis is dat nooit tof, maar in de woestijn waar alleen maar een lokale markt is dan ben je echt niet blij. De volgende dag kan pas actie worden ondernomen, dus er zit niets anders op dan in de auto te stappen en aan de laatste etappe van de reis van vandaag te beginnen. De knipperende groen/wit/rode discolampjes van de hutjesaccommodatie heten ons na 20 minuten rijden welkom. Eindelijk slapen!

Maandag en dinsdag blijven we in Djanet. Maandagochtend gelijk maar naar de markt om te kijken wat ik daar eventueel aan kleding en andere benodigdheden kon halen. Ik kom niet verder dan een potje knalgele crème. Na 1 dag merk ik al goed hoe droog de lucht daar is. Vaseline is hier dan ook niet aan te slepen en op elke hoek van de markt verkrijgbaar. Het kopen van een beetje toonbare kleding wordt nog wel een dingetje. Maar eerst nog maar even nieuws van mijn backpack afwachten. Ik wil eerst eigenlijk weten of er nog hoop is. Pas maandagavond kan er worden gebeld naar het vliegveld van Tamanrasset, want het vermoeden is dat ‘ie daar ligt. Overdag is het vliegveld dicht, want er landt maar 1 vlucht per dag en dat is ’s nachts. Aziz gaat maandagavond vroeg z’n bed in en ik denk alleen maar “Aziz, dat kan niet want je moet bellen voor m’n backpack!”.

Dinsdagochtend aan het ontbijt vraag ik voorzichtig aan hem of er al een spoor is van m’n bagage. En hij zegt doodleuk dat m’n backpack als het goed is net op het vliegveld van Djanet is aangekomen. En jawel, een uurtje later ligt ‘ie voor m’n hutjesdeur. Hoe fijn!! Ik heb echt retemazzel gehad. In Illizi (een paar honderd km ten noorden van Djanet) stond een vliegtuig met pech van een andere maatschappij. Vanuit Algiers is er een vliegtuig van Air Algerie speciaal die kant op gestuurd om de gestrande mensen naar Djanet te brengen. M’n backpack hebben ze er toen snel ingemikt, want die bleek dus nog in Algiers te liggen. Afijn, eind goed al goed. Hoef ik gelukkig geen zoektocht naar Algerijns ondergoed te beginnen op de markt samen met mijn mannelijk gezelschap.

Op zowel maandag en dinsdag zijn we rond Djanet de woestijn in geweest. Er wordt wat research gedaan naar filmlocaties, want er is een groepje mee die een deel van een korte film gaat draaien. Dat begrijp ik pas later, want alles gaat in het Frans en Arabisch. Het is bewolkt, maar toch ziet dit stukje woestijn er al te gek uit. Weet ik veel dat het landschap in de Tadrart woestijn een paar dagen later nog tig keer mooier zal zijn.

Op verschillende plekken in Djanet worden dinsdag alle inkopen gedaan. We gaan 5 dagen de woestijn in met een groep van 23 man, dus dan heb je een boel nodig. Veeeeeeel eten, veeeeeeeel water, benzine, wat extra gereedschap om kapotte auto’s te fixen. En blijkbaar dus een geit. Dat blijkt woensdagochtend als de ‘bearded men’ ook met ons mee blijken te gaan. Ik had het groepje traditioneel uitziende moslims met lange baarden wel gezien in onze hutjesaccommodatie, maar ik had geen idee dat ze ook met ons meegingen. Vrienden van vrienden.

Een paar extra gehuurde 4x4’s moeten er voor onze groep aan te pas komen. Met je gewone auto kan je wel tot in het zuiden komen, maar echt offroad de woestijn in lukt daarmee niet. De geboekte kok blijkt ziek, dus na druk bellen en 3 alternatieve koks verder is er eindelijk eentje gevonden die mee kan. Alle tenten, slaapzakken, ander kampeerspul en de boodschappen worden qua gewicht goed verdeeld over alle auto’s. Dus het duurt en duurt... Begin van de woensdagmiddag gaan we dan eindelijk op pad. 2 minuten nadat we op weg zijn staan we alweer stil. Nog even wat laatste boodschappen halen. Dat hadden we toch al tig keer gedaan? Dan nog maar even de auto uit en het straatbeeld op de kiek zetten. Maar eenmaal uit de auto wordt ineens van allerlei kanten m’n naam gesist. Er stond een legerauto in de straat en die had ik niet gezien. En daar mogen geen foto’s van worden gemaakt. Right.

Na nog wat Milka repen, een pak koekjes en yoghurt te hebben gekocht rijden we na nog 2 korte stops dan eindelijk in een colonne van 5 auto’s de woestijn in richting Tadrart.

Hell yeah, let the adventure begin!


We rijden langs een bord waarop staat dat Libie linksaf is en Niger rechtsaf. We slaan linksaf. Na kilometers niks verlaten we de verharde asfaltweg. Een stukje verderop staat een bord met Tadrart erop, de markering voor het begin van de 'rode woestijn'. Een Kodak momentje volgt. Weer wat later staan we stil bij een militair checkpoint. Een stuk of 10 militairen zitten daar 6 maanden afgezonderd van de buitenwereld in een grote tent. Ze checken vluchtig alle auto’s, maken een kletspraatje, we geven ze wat koekjes en na 5 minuten gaan we weer verder. 

Deze eerste dag stoppen we wel her en der op de route, maar het doel is om voor zonsondergang onze eerste kampeerplek aan te doen. Om 19.00u wordt het donker. Iedereen moet even wennen aan het opzetten van z’n tentje, de kok moet z’n draai vinden tussen al z’n pannen en de hele berg boodschappen, de geit moet weer bij z’n positieven komen en er moet natuurlijk worden gefilmd en gefotografeerd. Er was een hele riedel camera’s mee, want je bent met foto- en videonerds mee of niet.
Eén dronecrash en tig foto’s later zitten we met z’n allen op de grond rond het kampvuurtje. Lekker kletsen in het Arabisch en Frans. Dat is dus het nadeel als je de enige buitenlander bent. Sommigen van de groep spreken echt geen enkel woord Engels. Maar door mijn matties die prima Engels spreken wordt er een hoop voor me vertaald. De shisha komt tevoorschijn en er wordt op traditionele wijze thee bereid. Dit is het gebied van de Touraregs en zij doen 3 rondjes thee waarbij de thee elke ronde iets zoeter wordt. Eerst wordt het schuim gemaakt door de thee van een afstand een paar keer over te gieten in een andere pot. Daarna wordt bij het schuim een beetje thee geschonken. 
Na de thee zoek ik, vergezeld door weet ik hoeveel sterren, een stukje afstand van het kamp een toilet op, poets m’n tanden en duik m’n tentje in. Na wat gesnurk her en der om me heen val ik redelijk snel in slaap.

Dag 2 gaat traag van start (what else is new) alhoewel het idee was om op tijd op te staan. Maar 'op tijd' lijkt voor iedereen weer wat anders te betekenen. Met thee, wit stokbrood, jam en la Vache qui rit beginnen we de dag, nadat ik natuurlijk eerst van de eerste zonsopgang in de woestijn heb genoten. Magisch.
De geit moet nog een tweede dag lijdzaam meehobbelen en wordt dus weer bovenop een auto gegooid. Ik probeer het maar niet echt tot me door te laten dringen. We gaan op weg en stoppen op verschillende plekken waar rotstekeningen zijn. Er zijn er enorm veel in dit gebied. Er wordt geschat dat deze dateren van 12.000 voor tot 100 jaar na Christus. Bizar om te bedenken dat hier vroeger olifanten en giraffes liepen.
We komen vandaag op plekken waar het lijkt alsof we op de maan zijn, met zoveel keien is de grond bezaaid. Even later staan we weer in een hele gele omgeving waar het zand het wint van de rotsen. Hier lunchen we. Dirar en ik luisteren een geleide meditatie via zijn telefoon een stukje verderop van de groep, die vast denken dat we gek zijn. Dat durven ze tegen mij niet te zeggen, maar wel tegen hem.
We eindigen de dag bij een apart uitziende rots (Moulnaga) en slaan daar ons kamp op. Mijn frisbee komt tevoorschijn en die valt goed in de smaak bij nog 5 van de heren. Onze traditionele vrienden kijken ernaar en denken er waarschijnlijk het zijne van.
De geit is ondertussen omgelegd en hangt nu lijdzaam aan het spit. Ik verwacht dat iedereen een stukje geit op z’n bord krijgt, maar hij wordt gewoon middenin de groep gehangen waarna het kluiven en trekken aan het beest begint. 

Dag 3 start ik in m’n eentje met een wandeling voordat de zon opkomt. Met deze iconische rots kan je toch niet géén foto’s maken? De stilte van de woestijn is bizar. Het lijkt wel een gedempte geluidsstudio en ik hoor alleen het geluid van m’n eigen voetstappen. Wel zie ik overal sporen. Ik vraag me af van welke dieren deze allemaal zijn. Overdag zie je nergens ook maar iets van leven. Maar ’s nachts is er dus vanalles gaande. Ik maak echt tig foto’s.
We pakken ons boeltje weer in waarin we steeds iets handiger worden en gaan weer op pad. 

Het klinkt een beetje saai, maar we rijden weer door prachtige landschappen en stoppen her en der waar we echt wat meer foto’s willen maken. Er worden wat scenes voor de korte film geschoten en we krijgen onze eerste autopech. Het olielampje gaat aan van onze auto. Na grondige inspectie blijkt het aan het lampje zelf te liggen. Ook niet gek dat er door het gestuiter wat draadjes scheef schieten. Ik hoop dat de inspectie klopt.
Tegen zonsondergang komen we aan op de voor mij meest magische plek van deze trip. Het opzetten van m’n tentje laat ik voor wat het is, ik loop een duin op en zie daar een uitzicht alsof je op Mars lijkt te staan. WAUW! Te mooi. Te bizar. Dan komt ook ineens het besef hoe ongelooflijk bevoorrecht ik ben dat ik dit mag zien en meemaken.
Even laten komen er nog 3 van de groep bij en maken we een hoop gave foto’s. Wat tof dat iedereen zo blij wordt van foto’s maken. Lekker ongegeneerd foto’s van jezelf en de anderen maken. Ik loop nog een stukje verder omhoog en tot m’n stomme verbazing staat daar tussen de rotsen een toilet. Hoe dan? Ik haal de rest erbij en de SD’s kaartjes worden verder vol geknald.
Na het eten gaat de harde kern van het fototeam op pad om nachtfoto’s te maken. Ik zeg dat ik ze later opzoek, omdat ik aan de klets raak met de regisseur van de korte film. In m’n uppie ga ik een uur later op pad. Ik merk dat ik met mijn kampeerlampje op mijn hoofd echt voor geen meter diepte kan inschatten. Nadat ik tig keer gestruikeld ben bij het klimmen over de rotsen keer ik om en zoek m’n tentje op.

Dag 4 start ik wat trager dan de vorige dagen. Raar geslapen omdat ik het idee had dat er ’s nachts iets om de tentjes heen liep. Ik ben nog net op tijd voor de zonsopgang. Wordt dat ooit saai om te zien? Bij het ontbijt hoor ik dat er meerderen slecht hebben geslapen, raar hebben gedroomd en/of geluiden hebben gehoord. Een beetje spooky.
We gaan weer op pad. Zien weer een boel rotstekeningen, filmen een hoop, zien een mooie arch, rijden over de maan, zien een rots vermomd als egel en trekken met een auto een dode boom omver voor het kampvuur van die avond. Althans dat doen de mannen. Ik kijk ernaar. 
We rijden langs immense zandduinen en komen daar eindelijk de eerste andere touristen tegen. Drie auto’s met Algerijnen die op zoek zijn naar de World Cup. Wat daarmee bedoeld wordt, wordt me de volgende dag duidelijk. We slaan ons kamp weer op bij een rots. Een deel klimt omhoog om daar eea te filmen. Ik ga met Aziz en Djamel met de auto een ander duin op om van een mooi hoog punt de zonsondergang te bekijken. ’s Avonds worden er sterke verhalen verteld en moppen getapt. Het gaat allemaal langs me heen, maar de sfeer is goed, de waterpijp pruttelt en af en toe krijg ik de vertaalde grap te horen in het Engels die ik dan nog niet begrijp.  

De volgende ochtend ben ik te laat voor de zonsopkomst. Wel wandel ik na het ontbijt nog een heel stuk met Hichem door de woestijn. Bij terugkomst komen we onze traditionele types tegen die natuurlijk wat commentaar richting Hichem moesten slingeren. Zelfs zonder Arabisch te spreken snap ik wel wat er bedoeld wordt. Ik heb het er met Hichem over en het blijkt in ieder geval dat ik ben goedgekeurd. Heel fijn.
Pas laat vertrekken we naar de World Cup, wat een rots blijkt te zijn in de vorm van ja…. de world cup. De mannen gaan helemaal los met foto’s. Je kent ze wel: de toren van Pisa foto’s die je omduwt of de foto’s op de zoutvlaktes in Bolivia waarbij er iemand op je hand staat. Iets in die trant. Ik maak foto’s van alle enthousiaste mannen die met hun handen boven hun hoofd staan.
Later komen we langs een kleine, rode canyon waar we de hele groep met de drone op beeld vereeuwigen en keren langzaam Djanetwaarts.
 
Djamel die achter het stuur zit zorgt even later voor de nodige opschudding. Letterlijk en figuurlijk. Ineens gaan we met de auto in volle snelheid als een raket een duin over, vliegen een paar meter door de lucht en klappen 6 meter verder in het zand. M'n hoofd knalt tegen het dak. Holy shit! We rollen alle vier de auto uit en moeten onwijs lachen. Alleen vond de radiator dit iets minder leuk. Langzaam keert de rest van de auto’s om omdat ze merken dat ze 1 auto missen. Met een paar man wordt er aan het lek in de radiator gewerkt. Gelukkig is ook dat te fixen en 3 kwartier later zijn we weer op weg. Langzaam wordt het donker en we hebben voor mijn gevoel best nog een stukje te gaan voordat we in Djanet zijn. Ik dommel een beetje weg omdat het ondertussen pikkedonker is geworden en er niks meer te zien is. Ineens schrik ik wakker omdat er in het licht van de koplampen 4 schimmen van mannen opdoemen met geweren. Even schrik ik. Zijn dit dat toch die kidnappers die vermeld stonden op de site van BuZa? Maar al snel besef ik dat we bij de militaire post zijn aangekomen. Zo rijden we langzaam de Tadrart woestijn uit. Wat een verademing zo’n verharde weg. We doen nog een snelle fotopitstop bij het Libie/Niger bord wat we op de heenweg niet hebben gedaan en rijden richting ons hutjeskamp in Djanet. Op zondagavond, na 5 dagen weer een echt bed en eindelijk douchen!

Maandagochtend gaan we verder met een uitgedunde groep. Hichem & Co zijn weer richting Algiers vertrokken en zo ook onze bearded men. Een kleiner groepje is eigenlijk ook wel een stuk prettiger. De eetvoorraad moet worden aangevuld, dus wordt er weer wat heen en weer gereden naar allerlei winkeltjes voordat we met 3 auto’s dit keer noordwaarts Djanet verlaten. We gaan een gebied in met voornamelijk zandduinen, omdat daar wat scenes voor de korte film van Hemza moeten worden gedraaid. We slaan ons kamp dus op middenin de duinen. Mensen, wat is het dan koud ’s nachts! Er wordt tot ’s avonds laat gefilmd, maar er wordt eerder gestopt omdat de batterijen van de camera bevroren zijn. Bij het kampvuur worden weer sterke verhalen verteld, wordt er gezongen en zelfs een klein dansje gedaan. De reggae versie van Adele’s Hello associeer ik vanaf nu met deze reis.

Om 3.45u word ik wakker en moet ik voor het eerst 's nachts echt heel nodig naar de wc. M’n voeten zijn al de hele nacht ijskoud. Komt waarschijnlijk ook doordat de opening van m’n tentje provisorisch dichtgeplakt is met ducktape. De rits had halverwege de trip de geest gegeven. Waarom moet ik precies deze nacht plassen? Een kwartier heb ik liggen dubben. Wel, niet, wel, niet, wel, niet. Okee, grab yourself together, tentje uit, plekje zoeken en zo snel mogelijk m’n slaapzak weer in. Een half uur later gaat om 04.30u de wekker in het tentje van AbdChafi naast me. Ze gaan weer verder in het donker met filmen. Ik vind het wel best en probeer verwoed weer in slaap te vallen. 
Bij het ontbijt tref ik oa een door en door verkleumde acteur aan. Die had alleen een overhemd aan tijdens de andere opnamen en nu dus ook. Ik heb met hem te doen. Door de zon op te zoeken warmt iedereen weer langzaam op en kan ook de broek ontdooien die iemand ’s nachts buiten had laten liggen. Die was keihard. De opnamen zitten er nog niet op en gaan tot in de middag verder. Ik hang maar een beetje rond, want foto’s heb ik ondertussen van alle hoeken en gaten wel gemaakt. In de zon is het lekker, maar het is ook retefel. ‘You’re turning pink’, zegt Dirar. Hmmm okee. En inderdaad, die dag ben ik daar voor het eerst verbrand. 
Uiteraard veel later dan gepland of verwacht of gehoopt gaan we op weg naar onze laatste kampeerplek van deze reis. Issendilene, een meer canyonachtige omgeving. We rijden een kloof in die steeds smaller wordt. Aan het eind doemen een paar kleine huisjes op. Althans huisjes, het zijn meer hutjes. Hier woont in the middle of nowhere een Toureg familie. Ongelooflijk. Ze hebben een heel stel geiten en verder een zonnepaneeltje wat ze door de overheid is gegeven. Als Aziz en ik voor zonsondergang nog een stukje gaan wandelen de canyon in, op zoek naar een soort bevers die hij hier vorig jaar had gezien, komen we een oud donker vrouwtje tegen met gigantisch blauwe ogen. Wauw. Helaas wil ze niet op de foto. De bevers zijn dit keer niet thuis en we keren weer om richting het kamp. Die avond hebben we voor de laatste keer leuke gesprekken over oa het geloof, de islam, de positie van vrouwen en zijn ze benieuwd wat ik van alles vind. 

Op dinsdagochtend vertrekt de korte film ploeg van Hemza gelijk na het ontbijt richting Djanet en blijven het Skycam team en ik over. We maken een wandeling de canyon in waar Aziz en ik gisteren ook al zijn geweest, maar dit keer lopen we een stuk verder. Aan het eind komen we bij een idylische plek waar ineens water is. Wat een mooie afsluiter van deze reis met dit kleine groepje. Wat zijn deze mannen stuk voor stuk toch een toppers. Het ging regelmatig op z’n elfendertigst en eigenlijk waren we met een te grote groep, maar al met al was dit een reis die ik voor geen goud had willen missen. Ze hebben zo goed voor me gezorgd.

Eenmaal de canyon uitgereden nemen we afscheid van elkaar en splitsen we op. De SkyCammers gaan verder door naar het noorden om aan de lange tocht naar Algiers te beginnen. Ik, de gids en de kok keren zuidwaarts terug daar Djanet. Halverwege de middag kom ik voor de derde keer deze reis aan in de hutjesaccommodatie. Ik eet daar ’s avonds een hapje met een Algerijns gezin. Het jongetje van 4 kijkt me aan alsof ik een buitenaards wezen ben en de moeder wil vanalles van me weten inclusief m’n Facebook. En natuurlijk op de foto. Alle Algerijnen die ik deze trip heb gesproken vinden het heel bijzonder dat er een buitenlander op bezoek is in hun land waar ze allemaal retetrots op zijn. De overheid doet er niks aan om toerisme te stimuleren en dit staat dan ook nog echt in de kinderschoenen. Er komen in dit gebied zeker toeristen, maar het is allemaal erg minimaal. Doodzonde, want het is een prachtig gebied. Als je van kamperen, avontuur en fotografie houdt, dan is de Tadrart woestijn er eentje voor op je bucketlist.

Om 23.00u word ik opgepikt om naar het vliegveld van Djanet te gaan. De gids scheurt  in het pikkedonker met 120 km/pu over de verlaten asfaltweg waar je af en toe maar 40 mag en ik hoor nog 1 keer de reggae versie van Hello. Uit het niets doemen de lichtjes van de start- en tevens landingsbaan op. Nadat m’n tas binnenstebuiten is gekeerd omdat ik een zakmes in m’n handbagage had (lekker suf), begin ik aan de lange reis naar huis. Djanet, Tamanrasset, een stop-over van 8 uur in Algiers waarvan ik 1 uur met Hichem in een parkeergarage van een winkelcentrum heb vastgezeten en nog bijna te laat terug was op het vliegveld, Parijs en tenslotte Amsterdam.

Wat een geweldig mooi avontuur was dit! Door de geweldig fijne mensen met wie ik mee was én het magische landschap. Dit was vast niet de laatste keer...

 

In maart en april 2017 heb ik voor MCW Creative Agency gewerkt aan een film voor de Expo 2017 in Kazachstan. Deze film heeft gedraaid in het Algerijnse paviljoen. Door deze klus ben ik 3x in Algerije geweest en heb ik samengewerkt met SkyCam Algeria & Lahrech Films Production.
De film, geregisseerd door Sander Ligthart, kan je hier bekijken:


Meer lezen?

 
 
OverigSandra KeusFirst